parttime Buddha, de kunst van niets doen

By

image
0 Comments jun 25, 2016 bewustwording, mindset, texistentie, verandering

Vraagje, heb jij wel eens een dag helemaal niets gedaan behalve opstaan en eten? Ik zou graag al jullie antwoorden kunnen horen nu. Misschien variëren die van “Waarom zou ik” en “Daarvoor heb ik geen tijd” tot “Wel eens een hele dag gelummend ja”. Maar ik bedoel niet lummelen op de zaterdag, langzaam wakker worden met een koffie en een dikke Volkskrant en ’s middags op je gemakkie wat onkruid uit de grond trekken. Want dan lees je de krant en trek je onkruid uit de tuin ;) Ik bedoel echt helemaal niets.

Ik kan me voorstellen dat niets doen de meesten helemaal niet aanspreekt. En toch hè, zit er een groot geschenk in dat compleet niets anders doen dan ZIJN. Maar dat moet je wel leren zien. Mijn eerste ervaring met totaal niets doen was in 1997, toen ik op een klein eiland in Thailand verbleef, Koh Jum. Ik kwam er per ongeluk. Was op weg naar een ander eiland, toen de boot na een half uur stopte, er een klein bootje vanaf het eiland kwam varen en langszij ging liggen. De kapitein riep of er passagies voor het eiland waren. Ik had niet lang nodig. Riep dat ik mee wilde, pakte mijn rugzak en stapte in het bootje. Ik kon me niets avontuurlijkers voorstellen, een eiland dat niet eens een haven had.

Mellow
Mijn verwachtingen werden niet teleurgesteld. Het bootje voer na een kort tochtje tegen een prachtig wit strand aan waar een groot huis annex restaurant stond. Gemaakt van bamboe en palmbladeren. Onder de aangrenzende kokosbomen stonden diverse palmhutjes. Er was ook een boomhut en die koos ik als mijn onderkomen. Romantiek ten top. De eigenaar was een jonge man die in zijn achtertuin een eigen wiet plantage had. Je begrijpt dat het er nogal mellow aan toe ging. Goed uit te houden. Er waren nauwelijks andere gasten en het dichtstbijzijnde dorp was een half uurtje lopen -door de jungle.

Beetje lezen, af en toe schaken, zwemmen, eten in het restaurant, schelpen zoeken, nog meer zwemmen, af en toe naar het dorp lopen. Life was good daar. Na een week of twee verschenen er plots een aantal bootjes op het strand. Erin een drietal families -dat is wat ik er tenminste in dacht te zien. De families settelden zich op het strand, maakten van bladeren een paar afdaken, haalden potten en pannen uit de boot en een aantal tassen. Ik dacht dat ze kwamen bbq-en of iets in die geest, maar de volgende dag waren ze er nog. En de volgende ook nog. En de hele volgende week ook. De eigenaar vertelde me dat het seagypsies waren. Die reisden, zo zei hij, van eiland naar eiland afhankelijk van hoe de zeestromingen waren en waar de vis zich bevond.

Niets doen
Ja, dat ze visten had ik al opgemerkt. Mannenlief gingen elke dag een paar uurtjes in hun bootje op pad en kwamen terug met een voorraadje vis. Vrouwen en kinderen bleven op het strand. De kinderen speelden en zwommen. De vrouwen aten, spraken en kookten. Ze zaten daar maar. Eén keer zag ik een van hen de jungle inlopen met wat vis en later terug komen met een grote zak meel. Verder niets. Ik deed natuurlijk niet heel veel meer, maar ik hield mezelf nog wel bezig met schaken, wandelingen, schelpen zoeken, lezen -wat moest je anders in het pre-internet tijdperk. Na een week die families te hebben bekeken, besloot ik om, net als de gypsies, een paar dagen niets te doen. Daar moet ik wel bij vertellen dat ik twee maanden eerder mijn ontbijtcafé in Amsterdam had verkocht. Ik was halverwege dertig en had nog helemaal nooit gehoord van meditatie, qigong, mindfulness of wat dan ook in die richting. Flinke uitdaging dus.

De omstandigheden waren ideaal. Ik lag in mijn hangmatje naar het tafereel voor me op het strand te kijken (zie foto). Ik zag een aquarel gekleurde zee, hoorde de branding, snoof de overheerlijke geuren op van versgemaakte haaievinnensoep, hoorde de kippen van de eigenaar en vogels op de achtergrond. De zon bewoog langzaam tussen de palmbomen en zo gleed de ochtend tijdloos voorbij. Soep voor lunch bracht me in beweging, daarna ging ik weer terug in de hangmat tot dinnertime. Was het plan. Maar het lukte me niet. Zelfs niet die ene dag. Had ik toen geweten wat ik nu weet… Het resort op het eiland bestaat nog, zag ik juist. Is tegenwoordig wel veel luxer met houten huizen en een zwembad zelfs. Ik zou het nog eens over kunnen doen… Nu zou het me moeiteloos afgaan, zeker weten.

Het seagypsie deel in je
In de jaren die verstreken, heb ik geleerd om te kunnen nietsdoen. Heel bepalend daarin waren enkele reizen naar de bergen waarbij ik dagenlang op één plek bleef staan met mijn tentje zonder iemand te zien en zonder enige afleiding dan ook. Klinkt dat eng, totaal geconfronteerd met jezelf? Dat heb ik nooit zo ervaren. Ik ben het nieuwsgierige type en vertrouw erop dat ik niet in zeven sloten loop. Spannend wel ja, maar niet eng. En wat ben ik blij dat ik die tochten gemaakt heb. Ze hebben een deurtje geopend naar een heel wezenlijk deel van me, het seagypsie deel. Dat is een geweldig mooi en belangrijk deel, zo ervaar ik dat tenminste. Ik zit nu bijvoorbeeld aan een meer van een hotel in de bossen en ik kan hier rustig een hele middag zitten met niets anders dan het gezang van de vogels, de kikkkers de kwaken en de prachtige lotussen die op het water drijven. Dat ga ik zo ook doen als ik deze blog heb geschreven.

Een lijntje met het grote geheel
Maar waarom zou je dat dan willen? Wat brengt ZIJN je? Dan grijp ik terug op een tekst die ik vond over de mind, ons bewustzijn. In oude culturen was slechts de helft van ons bewustzijn gericht op het denken. De andere helft van ons bewustzijn was zich altijd gewaar van de natuurlijke omgeving. De geluiden, de geuren, de temperatuur. Omdat de natuur constant veranderde, was ons bewustzijn ook altijd in een staat van verandering, in flow met de omgeving. Soms waren we ons gewaar van de wuivende bomen naast ons, soms waren we ons gewaar van een wolkje in de oneindig blauwe lucht of enkele konijnen in het veld. Dit ruimere bewustzijn zorgde ervoor dat we flexibel bleven in onze bewegingen van aandacht en daarmee bleef ons systeem, ons wezen flexibel. (Energie volgt aandacht en door de aandacht deels mee te laten stromen met de natuur, bleef de energie stromen.) Het zorgde er ook voor dat we een lijntje onderhielden met het grote geheel waar we toe behoren.

Vandaag de dag isoleren we ons van de natuur en proberen die te controleren zodat onze aandacht zich niet steeds hoeft aan te passen. We willen onze aandacht er namelijk bij houden, we willen geen afleiding. We hebben allerlei taken die we af moeten krijgen in veel te weinig tijd en dus willen we efficientie, focus, ordentelijkheid. Een jammerlijk gevolg van het op deze manier leven is dat we het lijntje verliezen. Klinkt dat vaag voor je? Ik kan het niet beter omschrijven. Het is een gevoel dat je meer en meer begint te ervaren als je besluit te ZIJN. Als je dat gevoel begint te herkennen, zul je daar mogelijk ook andere gedachten door krijgen.

Leeft een berg?
Ik kreeg die wel. Zo zat ik tegenover een berg die minstens tien miljoen jaar oud was en dacht, leeft een berg? Ik zat daar zo een uurtje of wat en voelde me daardoor ineens veel minder belangrijk. En met mij mijn problemen. Als ik de dag heel vroeg begin met een half uur niks doen in een luie stoel met de tuindeuren wijd open, dan hoor ik de talloze vogels rondom mijn huis en dan realiseer ik me dat dit ook hun wereld is. Dat besef verandert ook míjn plek. Ik word onderdeel van. Los van wat ik doe. Wat ik bereikt heb. Hoe ik eruit zie. Waar ik woon. Als ik straks niets anders doe dan bij het meer zitten, kan ik een heleboel loslaten en mag mijn omgevingsbewustzijn de aandacht leggen waar het wil. Mijn lijf zal ontspannen, mijn denken zal ontspannen, mijn aandacht zal zich verplaatsen waardoor er een ander evenwicht ontstaat. Een ander evenwicht en een andere verbinding met de wereld om me heen en dat ervaar ik als een verruiming en een geweldige ervaring.

In het diepe
Ja, okay, maar een hele dag…? Dat zou ik je wel aanraden. Misschien zelfs wel een paar dagen. Om te ervaren waar het over gaat, is het vaak nodig om in het diepe te springen, een grote dosis te nemen. Ik heb jarenlang heel veel qigong beoefend totdat ik een bepaald gevoel bij de oefeningen kreeg. Ik hoef nu maar mijn armen te strekken en met mijn handpalmen te voelen en ik heb het gevoel te pakken. Ik hoef nu niet meer in een hangmat onder de palmbomen te liggen om ZIJN te oefenen, of een aantal dagen in de bergen te vertoeven -al vind ik allebei nog heerlijk. Ik kan het inmiddels heel goed implementeren in mijn dagelijkse leven. Vandaar dat ik ook wel eens over parttime Buddha spreek (onder die naam organiseer ik activiteiten die met ZIJN te maken hebben, zie parttimebuddha.nl). Volgens mij zou het ideaal zijn als we zouden leren om beter te balanceren door parttime gefocused en efficiënt te zijn en parttime te ZIJN. Op die manier beleven we een veel groter deel van onszelf. Mijn ervaring is dat die beleving een grote verrijking is in onze hedendaagse, snelle, ordentelijke wereld.


Leave a Reply